Indien reguliere kredietinstellingen afwijzend staan ten opzichte van een kredietaanvraag door de ondernemer, was het perspectief voor de ondernemer aanvankelijk niet rooskleurig. Ondernemers in financiële moeilijkheden zijn vaak inventief voor het aandragen van een oplossing. Schuldeisers worden verzocht tot het geven van uitstel van betaling. Meerdere afbetalingsregelingen worden getroffen, welke uiteindelijk vaak niet meer kunnen worden nagekomen. Banken worden benaderd voor extra ruimte binnen het rekening-courant krediet. Particuliere investeerders worden benaderd voor een kapitaalinjectie, waarbij het uiteindelijke resultaat regelmatig al voor de hand ligt.

De overheid heeft dit niet wenselijk geacht en heeft op 1 januari 1996 het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) in het leven geroepen. Deze regeling is een onderdeel van de Wet werk en bijstand (Wwb) en ondersteunt ondernemers of vrije beroepsbeoefenaren die - door welke oorzaak dan ook - tijdelijk in financiële problemen zijn geraakt of dreigen te geraken. De ondernemer dient voor deze regeling aan meerdere voorwaarden te voldoen, onder andere dat het bedrijf of beroep (in principe) levensvatbaar is en dat de ondernemer het wil voortzetten.

Door middel van een bedrijfskundig onderzoek kan worden vastgesteld of uw onderneming in haar huidige vorm levensvatbaar is. De tijdsduur van aanvraag tot en met daadwerkelijke verstrekking kan variëren van ongeveer 2 tot en met 6 maanden. Het ter beschikking gestelde krediet dient vervolgens gedurende de looptijd van de regeling te worden terugbetaald.

Indien blijkt dat het krediet niet toereikend is voor een 100% betaling, dan bestaat er de mogelijkheid van een integrale schuldsanering. Als uitgangspunt geldt voor alle schulden een volledige betaling; Is dit echter niet mogelijk, dan dient te worden vastgesteld wat een maximaal haalbare oplossing kan zijn, zowel in het minnelijke alsook in het gerechtelijke traject.